Uitspraak bezwaar in partij Guido – Wil

Input 

Onderstaande beslissing is gebaseerd op de input die ik heb vernomen van de mails van Martien, Wil en Guido resp. ontvangen op 1 november, 1 november en 2 november.  

De situatie 

De klok is ingesteld op 1:15 uur/40 zetten + 15 min k.o. zonder increment door Wil. De verwachting van Guido was 1:15 uur + 30 sec increment. Uit de stukken blijkt niet eenduidig of hierover gesproken is, maar gezien het verloop van de partij is dat niet duidelijk genoeg gedaan als er al over gesproken is. 

Na 40 zetten werd duidelijk dat er twee verschillende verwachtingen t.a.v. speeltempo waren. Hieruit is een discussie ontstaan en uiteindelijk hebben beide spelers besloten de partij voort te zetten zonder dat zij de wedstrijdleider hebben ingeroepen. 

De partij is daarna in remise geëindigd. 

Overwegingen 

In de mail van betrokken spelers lees ik veel emotie. Die emotie begrijp ik, maar voor het vellen van een oordeel kan en mag ik daar geen rekening mee houden. Daarom neem ik dit niet mee in het komen tot mijn oordeel. 

Zoals beide spelers al constateren is er sprake van een misverstand t.a.v. het speeltempo. Wel is het zo dat het ingestelde speeltempo (1:15 uur/40 zetten + 15 min k.o) (tegenwoordig) een niet gebruikt speeltempo is. Ook het verwachte, maar niet ingestelde tempo, van 1:15 + 30 sec increment is niet een van de voorgeschreven speeltempi (volgens de mail van de wedstrijdleider), maar een increment is wel voorgeschreven. 

Mochten beide spelers na 40 zetten de wedstrijdleider hebben geroepen dan had die zich kunnen baseren (niet noodzakelijk) op artikel 6.10b: 

6.10 a Elke aanduiding van de schaakklok wordt als beslissend beschouwd, tenzij er sprake is van een kennelijk gebrek. Een schaakklok met een kennelijk gebrek moet worden vervangen door de arbiter, die met uiterste zorgvuldigheid moet bepalen welke tijden er op de vervangende schaakklok moeten worden aangebracht.  

b Als tijdens de partij geconstateerd wordt dat de instelling van een of beide klokken incorrect is, dan moet een van de spelers of de arbiter de schaakklok onmiddellijk stilzetten. De arbiter moet de correcte instelling invoeren en de kloktijden en zonodig de zettenteller aanpassen. Hij moet met uiterste zorgvuldigheid de juiste instellingen van de schaakklok. 

Zij hebben dit niet gedaan en daardoor is artikel 6.10b niet van toepassing en dan geldt artikel 6.10a. Vervolgens kijken we naar artikel 5.2 en in het bijzonder 5.2 c, waarin wordt gesteld dat remise de partij onmiddellijk beëindigt.  

5.2 a. De partij is remise als de aan zet zijnde speler geen reglementaire zet kan doen en zijn koning niet schaak staat. Men zegt dat de partij in ‘pat’ eindigt. Dit beëindigt de partij onmiddellijk, onder voorwaarde dat de zet waarmee de patstelling werd bereikt in overeenstemming is met artikel 3 en de artikelen 4.2 - 4.7. 

  1. De partij is remise als een stelling is ontstaan waarin geen van beide spelers de koning van zijn tegenstander mat kan zetten met welke reeks van reglementaire zetten dan ook. Men zegt dat de partij in ‘een dode stelling’ eindigt. Dit beëindigt de partij onmiddellijk, onder voorwaarde dat de zet waarmee de dode stelling werd bereikt in overeenstemming is met artikel 3 en de artikelen 4.2 - 4.7. 
  2. De partij is remise als beide spelers dit tijdens de partij overeenkomen. Dit beëindigt de partij onmiddellijk.  
  3. De partij kan remise worden verklaard als een identieke stelling tenminste voor de derde maal op het punt staat op het schaakbord te verschijnen of isverschenen (zie artikel 9.2).  
  4. De partij kan remise worden verklaard als tijdens de laatste vijftig opeenvolgende zetten door beide spelers geen pion is verplaatst en niets is geslagen (zie artikel 9.3)

Als laatste heb ik gekeken of een van beide spelers onevenredig benadeeld is door het misverstand. Het is duidelijk dat Guido een andere verwachting had dan op de klok was ingesteld. Hij heeft hiervan als enige nadeel ervaren. 

Het gaat mij echter te ver om de verantwoordelijkheid volledig bij Wil neer te leggen, want communicatie is een verantwoordelijkheid van twee partijen. 

Conclusie 

Het is duidelijk dat beide spelers ter goeder trouw waren en dat dit protest niet tegen een tegenstander, maar tegen de situatie gericht is. 

Gezien bovenstaande feiten zie ik geen aanleiding om de uitslag van de partij te veranderen en ook niet voldoende aanleiding om de partij te laten overspelen. Wel heb ik nog wat tips n.a.v. dit (leerzame) voorval opgeschreven. 

Adviezen voor beide spelers (en alle andere Dubbelschakers) 

Schaken is natuurlijk een bijzaak, maar gezien de emoties die ik de mails teruglas wel een belangrijke bijzaak. Dan is het ook goed om te proberen dit soort situaties te voorkomen of, als dat niet kan, zo snel mogelijk te beslechten. Daarom heb ik twee tips: 

  1. Stem verwachtingen vooraf af. In dit geval het speeltempo en de increment. In andere gevallen de locatie of het aanvangstijdstip. Doe zo min mogelijk aannames, die zijn dodelijk. 
  1. Als er een voorval is tijdens je partij, schakel dan zo snel mogelijk een wedstrijdleider in, los het niet zelf op. Als die niet aanwezig is kun je gezamenlijk een onafhankelijk iemand zoeken of een telefoontje plegen naar een wedstrijdleider (is al eens gebeurd). Dit voorkomt doorsudderende ergernis. 

Utrecht, 6 november 2017 

Curd Claassen 

Nog geen reakties op dit verslag.

Laat een reaktie achter