Over dwergen en zo…

De voor ons eerste ronde van de KNSB beker bracht ons helemaal naar Terneuzen. Ja, uit dus. En dat is niet naast de deur. En het ging ook niet bepaald vanzelf. Teamleider, puntenmachine en chauffeur Martien had het van te voren wel allemaal goed uitgekiend. Kwart voor 6 verzamelen voor station Den Bosch, bij die rare ‘rondom’ met water, waar de Draak op gepaste afstand een oog in het zeil houdt. Je weet wel, die afgrijswekkende verkeerskluwen, waar je als fietser of voetganger niet anders kunt dan puur op de gok en met de handen voor de ogen geslagen zo snel mogelijk moet oversteken anders kom je helemaal nergens. Dat punt! Maar Martien had het gered en op tijd.

De heenreis ging aanvankelijk wel voorspoedig totdat de huisnavigatie (ongetwijfeld vrouwelijk maar dat wordt dadelijk wel duidelijk) licht begon te kreunen (zie je wel!) en hints gaf richting een aanstaande file, even in de verte. We zijn vlak voor Antwerpen, da’s wel duidelijk. Huub en Martien besloten na een flitsoverleg (want de auto rijdt gewoon door) de snelweg af te gaan voor een sluiproute door misschien wel de havens van deze wereldstad. Het werd een obscuur intermezzo. De huisnavigatie, het kreng, kwam er niet uit dus werden er achtereenvolgens nog twee van deze reisleiders ingeschakeld. En weldra waren de snorrende computertjes met elkaar in een verhitte discussie beland. Wij van het zwakke geslacht dorstten niet in te grijpen en we volgden tijdelijk de wijze raad (ooit wel eens een vrouw tegengesproken?). De monstertjes stuurden ons, qua gevoel dan toch, van links naar rechts en weer terug. Van de linker ventweg naar de rechter ventweg in tegengestelde richting weer keren en terug totdat je er dizzy van werd maar eindelijk werd dan toch die middentunnel gevonden. Poeh hee, eindelijk. Deze tunnel was trouwens niet mis, zelden zo diep afgedaald en zo lang ook. Maar we zijn er door. Nu wat tijd inhalen, we lopen een kleine 20 minuten achter op schema. De auto van Martien werd stevig getest, 150, 160 km/uur is wel gehaald volgens mij. Dat ging wel lekker dit waarom niet zo gestart? En zodoende waren op tijd, zeker als je het Brabants kwartiertje gewoon even meetelt. De tegenstanders hadden er helemaal geen moeite mee. T’is vrijdagavond, ze spelen op een steenworp afstand van de gebreide broek, dus wat the hell.

De wedstrijd kon van start. Groot bord en mooie stukken, wie is daar niet gevoelig voor, in een rustig zaaltje direct gelegen naast het andere honk waar een paar andere leden hun eigen potje bliezen. Wij hadden wit geloot op het eerste bord.

Opstelling: bord 1. Guido, 2. Huub, 3. Martien, 4. Rob.

De namen van de tegenstanders ben ik tijdens de terugreis volledig kwijt geraakt, maar daarover later meer.

Bord 1 t/m 3 aan Zeeuwse zijde waren kennelijk oude bekenden. Van vorig jaar toen we ze in de competitie voorgeschoteld kregen. Mij zei het allemaal niets want ik onthoud geen drol, laat staan gezichten of namen. Mijn tegenstander op bord 4 bleek achteraf een invaller. Tot grote schrik van onze teamleider besloot ik mijn reputatie hoog te houden en koos na wits 1. e4 maar weer eens voor de Caro Kann. Ik kan echt niets anders hoor! Maar deze keer wel weer eens punt. Mijn tegenstander speelde passief en liet zijn geisoleerde c en d pion onder hoge druk van mijn zwar(t)e officeren komen. Een makkie. Het was de gelijkmaker want Huub was onder verdachte omstandigheden op een verschrikkelijke manier uitgeleden. Ik verdenk nu nog steeds dat die Douwe Dabbert tegenover hem hulp uit het voorgeborgte heeft gehad; ik hoorde hem volgens mij ook af en toe wat prevelen. Hoe ken je het anders verklaren, een volle toren verdween in enen in zijn knapzak en niemand die het zag, laat staan ingreep. Kom op héé, dit kan toch niet. Maar wat kun je bewijzen?

Nog twee partijen resteren. Guido had inderdaad zijn vooraf voorspelde moeilijke avond en zijn tegenstander een dikke 2300 punten. Guido is het offer van deze avond, de keeper, de windvanger. Hij zorgt er tenminste voor dat wij allemaal een bordje lager kunnen spelen. En dat werpt zijn vruchten af! Wat Guido bij ons moest doormaken deed de tegenstander van Martien als tegenprestatie voor zijn club. De hele partij onder druk staan en uiteindelijk zwichten ze dan vanzelf. Nou vanzelf, het was nog wel even werken. Aha, twee – twee en dat betekent tegenwoordig vluggeren met omgedraaide kleuren, gelukkig niet met omgedraaide tegenstanders.

Ik zag dat wel zitten voor ons, dat vluggeren tegen deze Zeeuwen. De indruk die ik  had van hunnie bord 2, 3 en 4 was niet bijster groot. Martien speelt de laatste maanden als een jonge God. Wat krijg je thuis allemaal te eten menneke? Kunnen we nie een keer mee nassen? En Huub? Huub had zijn tegenstander even meegenomen naar het naastgelegen clubzaaltje voor een analyse van hun partij. Vanaf dat moment hoorden wij uit dat zaaltje met gepaste regelmaat verdomd akelige geluiden opborrelen die steeds weer in de kiem werden gesmoord.  Hij zal toch niet....? Ach, je moet erbij geweest zijn, echt waar. Het staat in ieder geval vast dat Huub daarna geen kabouter meer had aan zijn opponent. Recht toe recht aan de Bietenbrug op. Ikzelf, nu met wit, kon mijn favoriete 2.Lc4 spelen. Het ging nu nog makkelijker als in de gewone partij. Fijn dit. En Guido? Zelfde verhaal, met zwart dapper strijdend ten onder tegen dit kanon, is geen schande, in tegendeel. Gift hillemaal nix jonge!

Met een smakkelijke 1-3 in de tas naar het Brabantse terugrijden is absoluut geen straf. Het was zeker één van de allergezelligste terugritten uit mijn tenminste 30 jarige schaakcarrière. Zoals we gewend zijn had Huub voor een hele goede voorbereiding gezorgd, de Bavaria-variant van Boxtel. Daarmee werd werd tussen Terneuzen en Antwerpen vooral de 1e partij van Martien stevig onder de loep genomen, natuurlijk met behulp van het Fritz monstertje wat zich op de heenreis schuw achter de eerder genoemde huisnavigator had verstopt toen al denkend “mijn tijd komt nog wel”. Halverwege meenden we toch ook een andere variant te moeten bekijken. Bij de tankstop besloot ik voor een aantal zijvertakkingen (een stuk of 8) van de Jupiler koppijn-attack te kiezen. Afgezien dat het nog gezelliger werd en de reis nog sneller, kwam toch het onvermijdelijke.... In de verte zag ik al mijn huis opdoemen. Weer thuis, met die heerlijke overwinningssmaak nog in de mond.

En wat is het fucking laat.

Rob van Meurs

Geen reakties meer mogelijk.